Uit een enquête van de NOS en de regionale omroepen blijkt dat mensen vooral naar de overheid kijken om het probleem van wateroverlast door hevige regenbuien op te lossen. Dat is jammer, want dat is nou nét een heel geschikt onderwerp om als overheid juist samen met burgers en bedrijven te werken om de openbare ruimte beter te gebruiken én in te richten. Dat vraagt alleen wel een begin en dat zouden de gemeenten kunnen maken!

 

Het is waar: door klimaatverandering neemt het aantal extreme buien in aantal en hevigheid toe. Dat blijkt uit onderzoek door o.a. KNMI in opdracht van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer: “Vooral in stedelijk gebied kunnen korte, hevige buien zorgen voor problemen vanwege de grote hoeveelheid verhard oppervlak (asfalt, klinkers, daken) en relatief weinig groen. Overtollig hemelwater kan hier nauwelijks in de bodem wegzakken, maar moet via de riolering worden afgevoerd. Die raakt overbelast, waardoor er water op straat kan komen en huizen en wegen blank kunnen komen te staan.” Op allerlei manieren proberen overheden om burgers te bewegen hun tuin te vergroenen. Zo organiseerden verschillende gemeenten, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en tuincentra samen in april de ‘Maand van de Watervriendelijke tuin’. Mensen konden daardoor bijvoorbeeld tuintegels omruilen voor plantjes en kregen korting op een waterton.

 

Dat soort initiatieven is goed en hopelijk leiden ze tot meer bewustzijn hoe belangrijk het is om de stedelijke omgeving te vergroenen. Maar: er is meer nodig. Het zou goed zijn om de gezamenlijkheid van de aanpak meer te benadrukken en slimme systemen te gebruiken om dat te ondersteunen.

 

Denkrichting 1: Internet of Things

U kent de term ‘internet of things’ (IoT) wel: het netwerk van dingen met een internetverbinding: Uw koffiezetapparaat geeft zelf aan dat de koffie bijgevuld moet worden. De fabrikant kan op afstand zien of uw wasmachine aan vervanging/reparatie toe is. Dat soort dingen. Het AD gaf eerder dit jaar aan dat 2018 hét jaar wordt dat bedrijven het internet of things omarmen. In steeds meer alledaagse zaken worden sensoren geplaatst. Ook in openbare infrastructuur. In bruggen worden steeds vaker sensoren geplaatst waarmee je van afstand kan zien of de brug open of dicht is, handig voor navigatie-systemen. Ook worden sensoren geplaatst om de belasting van de brug te meten en zo te bepalen óf en wanneer onderhoud nodig is. Niet alleen kan daarmee ingegrepen worden als onderhoud nodig is. Er kunnen ook kosten én verkeersoverlast worden bespaard door onnodig onderhoud uit te stellen.

Ook riolen worden steeds vaker van sensoren voorzien. Daarmee kan de onderhoudsstaat van de riolen worden gecheckt en kan worden gezien hoeveel water er door het riool gaat. Er kan dan heel goed gezien worden in welke delen van de stad de behoefte aan riool-opvang bij hevige buien het grootst is. En er kan dus ook worden gemonitord hoe succesvol de vergroening per wijk is.

 

Denkrichting 2: Wijk-communities

In steeds meer gemeenten worden wijk-communities gevormd. Die kopen bijvoorbeeld gezamenlijk zonnepanelen in, zoals in steeds meer 

gemeenten in Nederland gebeurt. In Breda ontstond zelfs een heel zonnepark door een burgerinitiatief. In o.a. Rotterdam zie je wijkcoöperaties ontstaan met burgers en ondernemers, zoals in de Afrikaanderwijk. Steeds vaker zijn deze coöperaties ook een echte partner van de gemeente. In De Koog is de DUEC (Duurzaam Uitgeest Energie Coöperatie) één van de partijen die samen met de gemeente en o.a. de woningbouwvereniging bezig is om een hele wijk een grote opknapbeurt te geven.

Deze vormen van samenwerking bieden niet alleen uitzicht op gedragen en innovatieve plannen die écht uitgevoerd kunnen worden. Ze zorgen er bovendien voor dat burgers zich weer meer gaan zien als co-eigenaar van de openbare ruimte, waardoor je mag verwachten dat ze ook leuker en netter met die openbare ruimte om zullen gaan. Met als effect een fijnere en aantrekkelijkere omgeving. Wie wil dat nou niet?!

Als gemeenten de opgave van het vergroenen van de fysieke omgeving zouden aanpakken om in hun gemeentegrenzen wijk-coöperaties uit te dagen om te vergroenen, dan zal dat ertoe leiden dat er gedragen initiatieven worden opgezet. En dat niet alleen, waarschijnlijk zullen buren elkaar aansporen om mee te doen. Immers: alleen als de hele buurt meedoet kan je voorkomen dat de straten onder water komen te staan. Niet alleen vergroening, maar ook verbroedering!

 

Nog beter: denkrichtingen combineren

Wanneer je beide manieren van denken zou combineren ontstaat een hele interessante business case. Om die toe te lichten maak ik eerst een zijstapje naar de Wet op de bedrijveninvesteringszones. Die regelt dat wanneer een meerderheid van de ondernemers instemt, de gemeente bij elke ondernemer een bedrag aan belasting kan innen. Het geld dat daarmee opgehaald wordt kan vervolgens door de BIZ uitgegeven worden voor zaken die het algemeen belang van het bedrijventerrein dienen, zoals een bewakingsdienst, het plaatsen en onderhouden van parkbankjes of een reclamecampagne. Niet alleen worden daarmee ideeën werkelijkheid die goed zijn voor het gebied, ze worden ook echt gedragen door de ondernemers. Daarmee wordt het gevoel van co-eigenaarschap van de openbare ruimte gestimuleerd.

Hoe zou het nou zijn als je datzelfde principe kan toepassen op een wijkvereniging? Er zijn proeven geweest met een Wijk Investeringszone (WIZ), maar dat is helaas mislukt omdat bewoners wel bereid bleken te zijn tijd en ideeën te investeren, maar slechts zeer beperkt geld.

 

Stelt u zich nu het volgende voor: de besparingen die gehaald worden door lagere onderhoudskosten van riolen stel je (deels) ter beschikking aan die wijkverenigingen die zich goed inspannen voor vergroening in de wijk. Doordat je via sensoren in de riolen kan monitoren wat het effect van de vergroeningsmaatregelen kan je als gemeente ook écht vaststellen welke wijk het goed heeft gedaan en dus in aanmerking zou moeten komen voor een extra bijdrage. Niet alleen mobiliseer je hiermee een heel leger dat je helpt met vergroenen, maar hele wijken zullen zich steeds meer als co-eigenaar van de openbare ruimte gaan gedragen. Kortom: gemeenten, zet de eerste stap en je wijken zullen volgen!

 

 

Categorieën: Blog

Geef een reactie